Over het kleine waarin het grote zichtbaar wordt

Over het kleine waarin het grote zichtbaar wordt

“Zullen we een experiment doen?” stel ik voor.

“Ja, dat is goed,” zegt hij.

Ik pak een vel papier en stiften. We gaan tegenover elkaar zitten.

“We gaan tekenen. Kies maar een kleur.”

Hij pakt een kleur en wacht op mijn volgende instructie. Daarna begint hij te tekenen. Wanneer hij stopt, kijkt hij mij aan. Ik kijk hem aan en dan begin ik. Ik merk nog niet veel aan hem. Uiterlijk onbewogen gaat hij verder met zijn stukje van de tekening. Hij stopt weer en ik teken op mijn beurt. Hij lacht wat en gaat op mijn uitnodiging weer verder. Ik zoek naar ongemak en verwarring; ik besluit de grens over te gaan; ik teken in zijn tekening. Ik zie hem van kleur verschieten, hij lacht wat meer en gaat verder met zijn tekening. Ik maak mijn figuren groter, terwijl ik over zijn tekening heen teken. Dan stopt hij en kijkt mij wat ontredderd aan.

Achteraf blijkt dat hij zich van het begin af aan ongemakkelijk voelde.

Ik heb dat niet in de gaten gehad. We verkennen wat er gebeurde. Hij geeft aan dat hij langzaam een verkramping kreeg in zijn onderbuik. Hij voelde zich raar worden, draaierig en licht in zijn hoofd.

Hij wilde niet dat ik in zijn tekening tekende maar zei niets, lichamelijk was hij zich al iets gewaar maar hij probeerde dat te verbergen. Ik had het niet meteen gezien en ging door op de ingeslagen weg.

Hij was verbijsterd over het effect. “Ik herken mezelf en kan bijna niet geloven dat je door zo’n klein experimentje zoveel over jezelf kunt ontdekken.”

De tekening hangt inmiddels in zijn huis.